BUURMEISJE

'Mark!' Ze staat voor me, het buurmeisje van vroeger. Het buurmeisje waar ik een heimelijke relatie mee had. Zo heimelijk dat ze er zelf geen weet van had. Als zij naar boven ging, ging ik ook naar boven.  Als zij het licht aan deed en haar rolgordijn naar beneden liet, deed ik het licht uit.

Elke avond zag ik hoe zij zich van haar kleding ontdeed. Hoger dan zij, ontwaarde ik de vage schaduwen in het rolgordijn, die toebehoorden aan haar avondritueel. Slechts vier passen verwijderd van de ruimte, waar ze zich veilig waande.

Het gloednieuwe kantelraam dat boven haar bad was aangebracht, reflecteerde haar vormen in de spiegel die aan de wand bevestigd zat. Gedurende enkele seconden kon ik naar haar kijken totdat haar spiegelbeeld besloeg. Wat niet gaf; onuitwisbaar stond ze in mijn geheugen gegrift. Het iets oudere buurmeisje dat onder mijn toeziend oog uitgroeide tot een jonge vrouw...  Het beeld dat ik van haar heb, is onlosmakelijk verbonden met mijn jeugdherinneringen.

 Een grijze dag in januari op de markt.

Ze zegt iets en ik zeg iets terug. Ze moet een jaar of vijfenveertig zijn nu. Ze is kleiner dan ik me herinner. Haar lichtbruine haren zijn vochtig van de miezelregen, strengen plakken in haar gezicht. Van haar linker voortand is een stukje afgebrokkeld. Ze wrijft haar handen tegen elkaar. Ondanks de dik gewatteerde jas, die door een dun ceintuur bijeengebonden zit, heeft ze het koud.

'Verpleegster in Oranjestaete. Ik herinner je je vader nog. Die was ook nog even bij ons. Helaas...

En jij?'

'Journalist, freelance.'

'Heb je zin om iets te gaan drinken?'

Dit is wel het laatste dat ik voor ogen heb.  

'Een andere keer, maar dan?' aarzelend kijkt ze me aan.

We nemen afscheid. Ze geeft me twee stevige kussen. Als ik mij omdraai en bij haar wegloop, fluistert ze: 'Je keek altijd naar mij.'

 Ik doe net alsof ik niets hoor en loop door.